De participatiespagaat bij energieprojecten

leeuwardenplanvoordezonHet blijft een hot item onder juristen. De juridificering van participatie onder de Omgevingswet. Een jurist Omgevingsrecht krijgt hiervan de bibbers. Want hoe dan? En wanneer is het genoeg? Of - veel erger - te weinig? Met een afgekeurd plan als gevolg? De Wet definieert participatie als het vroegtijdig betrekken van belanghebbenden bij het besluitvormingsproces. De overheid duidt in een kennisgeving aan hoe het participatietraject eruit komt te zien en geeft bij het uiteindelijke besluit ook aan hoe het de omgeving bij het plan heeft betrokken, en hoe de resultaten verwerkt zijn.

In het Plan voor de Zon, dat we maakten voor de Gemeente Leeuwarden, hebben we de eerste stappen gezet met deze participatie-eisen. Dit parapluplan neemt de belemmeringen voor het realiseren van zonnevelden weg, of maakt ze realiseerbaar met een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid.

Lees meer...

Het realiseren van een zonneveld in cultureel erfgoed

zonneveldAmersfoortZonneveld Maatweg zet een Rijksmonument in het zonnetje

Hoe kunnen zonnevelden samen gaan met Rijksmonumenten? Bij het zonneveld Maatweg in Amersfoort worden zonnepanelen gebruikt om een deel van de Hollandsche Verdedigingslinie zichtbaar te maken. Het veld van circa 10 hectare ligt aan de Grebbelinie en is onderdeel van de inundatiegronden van deze oude verdedigingslinie.

De kunst en crux van de Hollandsche Verdedigingslinies, zoals de Grebbelinie, zijn dat ze niet goed zichtbaar zijn in het landschap. Een enkel fort of kazemat en een ophoging of dijk in het landschap zijn de meest zichtbare elementen van deze belangrijke cultuurhistorische (Rijks)monumenten. De kracht van deze werken zat in de inundatie. De ogenschijnlijk normale weides en akkers rondom deze werken konden expres gevuld worden met water, waardoor ze een barrière vormden voor indringers.

Lees meer...

De schrik van de mix

schrikvandemixWel eens een energiemix onder ogen gehad? Wij schrikken er nog steeds van. Onderhand zouden we toch voorbereid moeten zijn. Op veel plaatsen hielpen we gemeenten en regio’s met vraagstukken rond de energietransitie. Maar het went niet. Terwijl rekening wordt gehouden met stevige opgaven voor energiebesparing (van 25% tot 55%), en met een onwaarschijnlijk hoog aandeel zonnedaken, dan nog is het noodzakelijke aantal windturbines, zonnevelden en biomassaverwerking zeer omvangrijk. Deze opgave wordt weergegeven in een zogenoemde energiemix (voor een dorp, stad, gemeente of regio).

Lees meer...

10 vragen én antwoorden over de energietransitie

10vragenMet de vragen rondom de haalbaarheid en de inhoud van het definitieve pakket klimaatmaatregelen, is de energietransitie in 2019 zichtbaar voor iedereen. Het heeft invloed op de verkiezingsuitslag en voor- en tegenstanders roeren zich steeds scherper.

Maar wat houdt deze energietransitie eigenlijk in? En hoe zorgen gemeenten ervoor dat mensen in die verandering stap voor stap mee worden genomen? Welke tools zijn er? En waarom lijkt het zwaartepunt van de energietransitie op lokaal niveau te liggen?

Lees meer...

Een nadere kennismaking met de opa van de Omgevingswet

beeldkwaliteitsbeleid

Hoe het zit met de binnen-buitenplanse omgevingsplanactiviteit (opa)

De afgelopen jaren is de wetgever duidelijk anders gaan denken over de inhoud en de inzet van het omgevingsplan. Met de Invoeringswet Omgevingswet (IOw) krijgt het Omgevingsplan een bredere functie die meer aansluit bij het bestemmingsplan. Dit blijkt onder meer uit de introductie van het begrip omgevingsplanactiviteit (opa) in de concept-Invoeringswet. Simpel gezegd is een omgevingsplanactiviteit een activiteit die alleen mét omgevingsvergunning mag worden uitgevoerd.

Voor de term omgevingsplanactiviteit is een uitgebreide definitie opgenomen in de begrippenlijst van de Omgevingswet. Het adagium ‘Eenvoudig Beter’ is hier zeker niet van toepassing. Los van het feit dat je uit het woord zelf niet afleidt dat het om een vergunningplicht gaat, wordt er in deze definitie namelijk juridisch onderscheid gemaakt tussen maar liefst drie soorten opa’s.

Lees meer

Beweging in mobiliteit!

verkeer2Wist u het al? De nieuwe publicatie van CROW vervangt nr. 317

Wat is de verkeersgeneratie bij een nieuwbouwproject en hoeveel parkeerplaatsen zijn er nodig? Om dit vast te stellen, maakt uw gemeente waarschijnlijk gebruik van de publicaties van CROW. Sinds begin dit jaar heeft CROW een nieuwe publicatie die het veelgebruikte boekje uit 2012 (nr. 317, Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie) vervangt.

Een logische stap, want de mobiliteitsmarkt is volop in beweging. Trends en ontwikkelingen zoals een toenemend gebruik van het OV, het autodelen (verminderd autobezit) en de opkomst van elektrische voertuigen creëren verandering. Daarnaast is er een toenemende vraag naar oplaadpunten in de openbare ruimte vanwege het elektrisch rijden. Hier wordt op ingespeeld ten koste van ‘gewone’ parkeerplaatsen.

Lees meer

Planjuristen op de vingers getikt door de Afdeling

kamerverhuurMag je als bewoner in de eigen woning zomaar kamers verhuren aan derden? Op 23 januari jl. heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State een interessante uitspraak (ECLI:NL:RVS:2019:192) gedaan die van invloed is op de dagelijkse praktijk van bestemmingsplanjuristen. In deze zaak gaat de eigenaar van een woning in beroep tegen een last onder dwangsom van de gemeente. Hij woont samen met zijn zoon in een woning. Daarnaast verhuurt hij aan vier andere personen een kamer. Het college van burgemeester en wethouders hebben een last onder dwangsom opgelegd om de kamerverhuur aan personen die niet tot het huishouden van de eigenaar behoren op het perceel te beëindigen. De eigenaar is echter van mening dat kamerverhuur op basis van het bestemmingsplan is toegestaan en gaat in beroep.

In veel bestemmingsplannen wordt de volgende bepaling in de bestemmingsomschrijving van de woonbestemming opgenomen:

De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. wonen;
b. ..


Vervolgens wordt in artikel 1 ‘Begrippen’ de volgende definitie van ‘woning’ opgenomen:

woning: een gebouw of een gedeelte van een gebouw, geschikt en bestemd voor de zelfstandige huisvesting en hoofdverblijf van een huishouden.


Door deze wijze van regelen gaan wij, planjuristen, er doorgaans van uit dat de woningen binnen de bestemming ‘Wonen’ uitsluitend kunnen worden bewoond door huishoudens. Maar uit de uitspraak van 23 januari blijkt iets anders. De Afdeling stelt dat de functie ‘wonen’ uit de bestemmingsomschrijving moet worden geïnterpreteerd conform het normale spraakgebruik. De functie ‘wonen’ is immers niet gedefinieerd. En de definitie van ‘woning’ geeft geen invulling aan de functie ‘wonen’ in de bestemmingsomschrijving van de woonbestemming. De Afdeling stelt dat in het algemeen spraakgebruik onder ‘wonen’ diverse uiteenlopende vormen van huisvesting worden begrepen. Oók de variant van de appellant die kamers verhuurde aan vier huurders.
De woningen in de betreffende woonbestemming kunnen dus ook worden gebruikt voor kamerverhuur. ‘Wonen’ is immers niet gedefinieerd in het bestemmingsplan en moet dus worden geïnterpreteerd conform het algemeen spraakgebruik.

Met deze uitspraak maakt de Afdeling duidelijk dat in het bestemmingsplan de bedoeling van de planwetgever helder en duidelijk moet worden opgenomen. Er is geen ruimte voor: ‘oh ze zullen dat wel bedoelen’. Dit wisten we natuurlijk wel, maar door deze uitspraak worden de planjuristen weer met de neus op de feiten gedrukt. Om kamerverhuur binnen woningen te voorkomen, kan de bestemmingsomschrijving van de woonbestemming als volgt gaan luiden:

De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. wonen in een woning;
b. ..

Al heeft het opnemen van ruime definities ook voordelen. Zo kan ruimte worden geboden aan onvoorziene nieuwe samenlevingsvormen waar de huidige tijd wellicht ook om vraagt.