• Home
  • Actueel
  • Doorschuiven Laddertoets naar moment vaststelling uitwerkingsplan of wijzigingsplan

Doorschuiven Laddertoets naar moment vaststelling uitwerkingsplan of wijzigingsplan

rotterdamDe nieuwe Ladder biedt de mogelijkheid om de Laddertoets uit te stellen. Bij het vaststellen van het moederplan met een uitwerkingsplicht of wijzigingsbevoegdheid kan de Laddertoets doorgeschoven worden naar het moment van vaststelling van het uitwerkingsplan of wijzigingsplan zelf (zoals opgenomen in artikel 3.1.6 lid 3 Bro).

Indien in een bestemmingsplan een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsverplichting is opgenomen kan bij dat bestemmingsplan worden bepaald dat de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling en de nadere motivering worden opgenomen in de toelichting van het betreffende wijzigingsplan, of  uitwerkingsplan. 

Deze nieuwe bepaling moet meer ruimte voor flexibiliteit creëren. Er is maar één toets vereist, in plaats van een dubbele Laddertoets (eerst bij het moederplan, en vervolgens bij het benutten van de wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht. Er moet dan aangetoond worden dat de motivering nog actueel is). Zoals wordt opgemerkt in de nieuwe handreiking, betekent het doorschuiven niet dat geen onderzoek en motivering vereist is. In het moederplan zal bij de uitwerkingsplicht of wijzigingsbevoegdheid aannemelijk moeten worden gemaakt dat er binnen de planperiode behoefte bestaat aan de voorgestelde ontwikkeling (om te voldoen aan een goede ruimtelijke ordening en aan de uitvoeringstoets van artikel 3.1.6 lid 1 van het Bro).  

Het doorschuiven van de Laddertoets heeft zeker voordelen; Zo biedt het de mogelijkheid tot betere begeleiding van organische gebiedsontwikkeling (bijvoorbeeld als het programma nog niet precies bekend is).  Daarnaast telt het plan nog niet mee als harde plancapaciteit in de zin van de Ladder (althans, dit is de opzet van de wetgever).

Het heeft echter ook nadelen om de Laddertoets door te schuiven;  Er bestaat geen zekerheid over de ontwikkeling. Het is namelijk mogelijk dat in de behoefte al is voorzien door andere harde plannen in de regio tegen de tijd dat het plan wordt uitgewerkt, waardoor de Laddertoets niet tot een goed einde kan worden gebracht. Ook kunnen er financiële risico’s optreden (planschade, Grex-wet) die ontstaan als de geboden flexibiliteit op enig moment toch moet worden wegbestemd. 

Kortom, denk goed na over de beslissing de Laddertoets uit te stellen. Als zeker is welke functie in het gebied wordt beoogd en flexibiliteit geen toegevoegde waarde heeft, is vooruitschuiven geen voordeel, maar eerder een nadeel. Meer flexibiliteit betekent in dit geval ook veel minder zekerheid.

Tot slot, de nieuwe Ladder lost de onderzoekslasten die samenhangen met globale bestemmingsplannen niet direct op. Dit is geen specifiek ‘Ladderprobleem’,  maar hangt samen met het bredere systeem van de Wro/Bro. Onder de Omgevingswet wordt dit systeem gewijzigd en wordt gezocht naar een oplossing voor meer globale plannen. De strekking van de Ladder blijft onder de Omgevingswet in ieder geval gelijk, aldus de nieuwe toelichting op de Ladder.

Er zijn ook natuurlijk ook alternatieven beschikbaar voor een globaal bestemmingsplan, waarbij deze nadelen niet aanwezig zijn. Dit kan worden uitgelegd door onze adviseurs.

Jeroen van Brussel

Jeroen van Brussel

Senior adviseur omgevingsrecht / projectleider

Contact