• Home
  • Actueel
  • Dont try this at home; jurisprudentie over de vormvrije m.e.r.-beoordeling

Dont try this at home; jurisprudentie over de vormvrije m.e.r.-beoordeling

Glastuinbouw bommelerwaardDe wijziging van het Besluit milieueffectrapportage in juli 2017 had tot gevolg dat voor een vormvrije m.e.r.-beoordeling een aanmeldnotitie moest worden opgesteld. Zo kon in een vroeg stadium besloten worden of een MER moest worden opgesteld. Daarbij rezen vragen op over de bevoegdheid van en het besluitmoment over deze notitie. We schreven er al eerder over. Nu deze regeling enige tijd loopt, is er jurisprudentie gekomen die meer duidelijkheid geeft hierover.
Een recente uitspraak van de Raad van State over twee aspecten van de beoordelingsbeslissing is interessant. Het geschil betrof specifiek de te volgen procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. En de uitspraak was opvallend.

Beslissingsbevoegd
Als eerste is er meer duidelijkheid omtrent de bevoegdheid om een beslissing over de vormvrije m.e.r.-beoordeling te nemen. Het was onduidelijk of – in geval van een bestemmingsplan – de raad dit moest doen of dat ook het college van B&W deze beslissing kon nemen. Op grond van art. 7.1 lid 4 Wet milieubeheer gingen we er al van uit dat zowel de raad als het college bevoegd is om deze beslissing te nemen. De uitspraak van Raad van State bevestigt dit. Raad én college zijn beide bevoegd om een beslissing over de vormvrije m.e.r.-beoordeling te nemen.

Beslissingsmoment
In hetzelfde beroep werd ook bezwaar gemaakt tegen het moment van de beslissing over de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Deze moet volgens de Wet milieubeheer worden genomen, zo stelden we eerder, in een zo vroeg mogelijk stadium, vóór de terinzagelegging van het ontwerpplan. Zeker bij complexe projecten is het in het kader van de transparantie bovendien aan te raden om in een vroeg stadium een aanmeldnotitie op te stellen – dat is per slot van rekening één van de functies van deze beoordeling (met de kanttekening dat formeel geen aanmeldnotitie hoeft te worden opgesteld als het bevoegd gezag zelf initiatiefnemer is).
In deze zaak werd de beslissing over de vormvrije m.e.r.-beoordeling tegelijk met de vaststelling van het plan behandeld. Ondanks dit zeer late tijdstip in de procedure zag de Afdeling hier in dít geval geen bezwaar in. De reden hiervoor is dat belanghebbenden niet zijn benadeeld en er geen inhoudelijke beroepsgrond over de m.e.r.- beoordeling en het m.e.r.-beoordelingsbesluit naar voren is gebracht. Het beroep werd daarom niet gehonoreerd.

Tot slot
Het betreffende bestemmingsplan was al in procedure vóór de wijziging van het Besluit milieueffectrapportage in 2017. Bovendien was de gemeente initiatiefnemer en daarmee niet verplicht een aanmeldnotitie voor een vormvrije m.e.r.-beoordeling op te stellen. Het is de vraag of de Afdeling bij een beroep op een ander plan tot eenzelfde conclusie komt als de initiatiefnemer een ander dan de gemeente is, het plan later in procedure is gegaan en last but not least, als er inhoudelijke redenen waren geweest om wél een MER op te stellen. Maar met name de keuze om het besluit over de m.e.r.-beoordeling zó laat in de planprocedure te nemen, lijkt ons een procedurerisico dat indien mogelijk, beter voorkomen kan worden. Don’t try this at home.

Nelleke Linthorst

Nelleke Linthorst

Adviseur voor de leefomgeving / communicatieadviseur

Contact