• Home
  • Actueel
  • Planjuristen op de vingers getikt door de Afdeling

Planjuristen op de vingers getikt door de Afdeling

kamerverhuurMag je als bewoner in de eigen woning zomaar kamers verhuren aan derden? Op 23 januari jl. heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State een interessante uitspraak (ECLI:NL:RVS:2019:192) gedaan die van invloed is op de dagelijkse praktijk van bestemmingsplanjuristen. In deze zaak gaat de eigenaar van een woning in beroep tegen een last onder dwangsom van de gemeente. Hij woont samen met zijn zoon in een woning. Daarnaast verhuurt hij aan vier andere personen een kamer. Het college van burgemeester en wethouders hebben een last onder dwangsom opgelegd om de kamerverhuur aan personen die niet tot het huishouden van de eigenaar behoren op het perceel te beëindigen. De eigenaar is echter van mening dat kamerverhuur op basis van het bestemmingsplan is toegestaan en gaat in beroep.

In veel bestemmingsplannen wordt de volgende bepaling in de bestemmingsomschrijving van de woonbestemming opgenomen:

De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. wonen;
b. ..


Vervolgens wordt in artikel 1 ‘Begrippen’ de volgende definitie van ‘woning’ opgenomen:

woning: een gebouw of een gedeelte van een gebouw, geschikt en bestemd voor de zelfstandige huisvesting en hoofdverblijf van een huishouden.


Door deze wijze van regelen gaan wij, planjuristen, er doorgaans van uit dat de woningen binnen de bestemming ‘Wonen’ uitsluitend kunnen worden bewoond door huishoudens. Maar uit de uitspraak van 23 januari blijkt iets anders. De Afdeling stelt dat de functie ‘wonen’ uit de bestemmingsomschrijving moet worden geïnterpreteerd conform het normale spraakgebruik. De functie ‘wonen’ is immers niet gedefinieerd. En de definitie van ‘woning’ geeft geen invulling aan de functie ‘wonen’ in de bestemmingsomschrijving van de woonbestemming. De Afdeling stelt dat in het algemeen spraakgebruik onder ‘wonen’ diverse uiteenlopende vormen van huisvesting worden begrepen. Oók de variant van de appellant die kamers verhuurde aan vier huurders.
De woningen in de betreffende woonbestemming kunnen dus ook worden gebruikt voor kamerverhuur. ‘Wonen’ is immers niet gedefinieerd in het bestemmingsplan en moet dus worden geïnterpreteerd conform het algemeen spraakgebruik.

Met deze uitspraak maakt de Afdeling duidelijk dat in het bestemmingsplan de bedoeling van de planwetgever helder en duidelijk moet worden opgenomen. Er is geen ruimte voor: ‘oh ze zullen dat wel bedoelen’. Dit wisten we natuurlijk wel, maar door deze uitspraak worden de planjuristen weer met de neus op de feiten gedrukt. Om kamerverhuur binnen woningen te voorkomen, kan de bestemmingsomschrijving van de woonbestemming als volgt gaan luiden:

De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. wonen in een woning;
b. ..

Al heeft het opnemen van ruime definities ook voordelen. Zo kan ruimte worden geboden aan onvoorziene nieuwe samenlevingsvormen waar de huidige tijd wellicht ook om vraagt.

 

Rosalie van Ruler

Rosalie van Ruler

Juriste omgevingsrecht

Contact