BLOG3

  • Home
  • De burger, de gemeenteraad en de Omgevingswet: van ver weg naar dichtbij

De burger, de gemeenteraad en de Omgevingswet: van ver weg naar dichtbij

evaAfgelopen week had ik de eer om met een voltallig College van Burgemeester en Wethouders van gedachten te mogen wisselen over de Omgevingswet en de sturingsfilosofie voor de pilot van het omgevingsplan. Een levendig gesprek, waarin met veel betrokkenheid werd gesproken over de manier waarop de gemeente in de toekomst vorm kan geven aan de kwaliteit van de leefomgeving.
Tijdens het gesprek werd een krantenartikel ter sprake gebracht, dat die ochtend was verschenen. In dat artikel werd de Omgevingswet vergeleken met de toeslagenaffaire. In het kort: ‘de burgers zijn de dupe’. Burgers zouden straks nog maar één in plaats van twee keer naar de rechter kunnen als ze het ergens niet mee eens zijn. En de macht van burgers zou ‘zonder parlementaire controle’ kunnen worden ‘uitgekleed’ omdat regels straks worden vastgelegd in lagere regelgeving. In deze blog mijn reactie hierop, zoals ik hem ook direct aan het college heb gegeven. Je kunt namelijk van alles vinden van de Omgevingswet, maar wie zegt dat de wet de burger buitenspel zal zetten, slaat de plank toch echt mis. De Omgevingswet doet, wat je er ook van vindt, onmiskenbaar twee dingen die de positie van de burger in het omgevingsrecht versterken.

Allereerst zet de wet participatie centraal. Welk besluit de overheid straks ook neemt, of het nu een vergunning is voor de uitbreiding van een buurtrestaurant of een besluit over een groot wegenbouwproject op nationaal niveau: de norm wordt dat belanghebbenden ‘aan de voorkant’ - dus op het moment dat er nog echt wat te kiezen valt - worden betrokken. Toegegeven: de wetgever is er in de meeste gevallen voor teruggeschrokken om zulke participatie verplicht te stellen. Maar juist als het erom gaat, dan is die verplichting er wél. Veel projecten van nationaal belang (in het krantenartikel genoemd als hét voorbeeld waarbij de rechtsbescherming wordt aangetast) kunnen straks niet meer tot stand komen zonder een voorafgaande verkenning van oplossingsrichtingen, waarbij iedereen (niet alleen belanghebbenden, maar iederéén) moet kunnen meedenken. En tja, als het besluit er eenmaal is, dan kun je niet twee, maar één keer naar de rechter. Maar dat is níet nieuw; dat is al jarenlang de norm voor besluiten van nationaal belang, voor bijvoorbeeld snelwegen en spoorlijnen. Bij vergunningen voor nieuwe infinitieven op gemeentelijk niveau kan de gemeenteraad publieksparticipatie verplicht stellen. En zulke vergunningen kunnen dan vervolgens ook nog steeds ‘gewoon’ bij twee rechters worden aangevochten. Geen aantasting van rechtsbescherming, integendeel.

En dat brengt mij op het tweede element in de Omgevingswet dat de positie van de burger versterkt: de rol van de gemeenteraad. Inderdaad kan, zoals het krantenartikel stelt, straks het college van B&W besluiten nemen waar dat nu nog aan de raad zou zijn. Maar het is wel de raad zelf die bepaalt hoe vrij het college hierin is. En om nou te stellen dat zonder inmenging van het nationale parlement de bescherming van de burger wordt uitgekleed, omdat de wet slechts een kader vormt voor lagere regelgeving? Bij die lagere regelgeving is het de gemeenteraad die de kaders bepaalt, en wel op veel meer terreinen dan nu het geval is. Regels over geluid, veiligheid, geur - zaken waar burgers van dag tot dag last van hebben - worden sinds jaar en dag vastgelegd op rijksniveau, vér van de belevingswereld van burgers en vér van de lokale praktijk. De Omgevingswet verandert dat. Het is straks de gemeenteraad die - volledig democratisch gelegitimeerd - voor de lokale situatie gaat vastleggen hoeveel geluid er geproduceerd mag worden, of hoe de bodemkwaliteit moet zijn. En dat besluit van de gemeenteraad (het ‘omgevingsplan’ heet dat dan) wordt pas genomen nádat hierover participatie heeft plaatsgevonden, en iedereen die dat wil een mening heeft kunnen geven. En dan kan de burger daarna zelfs nog, tegen het definitieve besluit, beroep instellen bij de rechter. Eén keer inderdaad. Maar welke positie heeft de burger nú, als dezelfde normen door de rijksoverheid wordt gesteld in een landelijke regeling?

De Omgevingswet brengt besluitvorming over de leefomgeving juist díchter bij de lokale situatie en daarmee dichter bij de burger, daar ben ik van overtuigd. Dat het altijd beter kan, daar ben ik het van harte mee eens. Hopelijk wordt participatie nog eens écht de norm, niet alleen juridisch maar zeker ook moreel. Maar met het handhaven van de huidige aanpak is de burger zeker niet gediend. Het is dan ook te hopen dat de Omgevingswet zo snel mogelijk in werking treedt.

Eva Brascamp
2 februari 2021

Eva Brascamp

Eva Brascamp

 Jurist omgevingsrecht

Contact