• Home
  • Actueel
  • Vergunningstermijnen in de nieuwe Wet natuurbescherming

Vergunningstermijnen in de nieuwe Wet natuurbescherming

Over twee maanden wordt de Wet natuurbescherming van kracht. Deze wet vervangt o.a. de Natuurbeschermingswet 1998. Wat zijn de veranderingen in de procedures? En zijn er ook veranderingen in de rechtsbescherming?

De beslistermijn voor vergunningen voor projecten en andere handelingen met gevolgen voor Natura 2000-gebieden wordt in de nieuwe wet met 6 weken verkort. Gedeputeerde Staten moeten binnen 13 weken op de aanvraag beslissen en kunnen deze termijn eenmaal met 7 weken verlengen (artikel 5.2). Nu is dat respectievelijk 13 weken en 13 weken. Of de initiatiefnemer heel veel opschiet met deze verkorting van 6 weken is de vraag. Want de regeling uit de Awb dat bij niet tijdig beslissen een vergunning van rechtswege moet worden verstrekt, wordt met deze wet uitgesloten. Er staat dus geen sanctie op overschrijding van de beslistermijn.
Daarnaast kan de provincie bij complexe situaties de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Awb van toepassing verklaren, zoals ook nu het geval is.

De vergunningplicht en de uitzonderingen zijn ten opzichte van de huidige Natuurbeschermingswet juridisch-inhoudelijk niet gewijzigd. De toets blijft hetzelfde. Wat ook niet verandert is de hoofdregel dat Gedeputeerde Staten de vergunningverlener is. Op de voorbereiding van een vergunning zijn de procedurele regels voor beschikkingen uit titel 4.1 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.

Als de vergunningaanvraag ‘aanhaakt’ bij de omgevingsvergunning is het college van B en W het bevoegd gezag. In het wetsvoorstel was er sprake van een verplicht aanhaken, maar dat onderdeel is uiteindelijk gesneuveld. Hiermee blijft de keuze voor een aparte procedure of het gelijktijdig aanvragen van een natuurvergunning met andere vergunningen (zoals milieu en/of bouwen) zoals die was. Het is goed dat deze keuzemogelijkheid blijft bestaan: het sluit aan op de praktijk dat initiatiefnemers heel vaak eerst een natuurvergunning aanvragen.
In het geval van aanhaken is altijd de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Dit houdt verband met de verplichte ‘verklaring van geen bedenkingen’ van Gedeputeerde Staten.

Op het punt van de rechtsbescherming wijzigt er wel iets: er kan straks niet alleen bij de Raad van State (hoger) beroep worden ingediend, maar voorafgaand kan nu ook beroep worden ingediend bij de rechtbank. De verkorting van de beslistermijn wordt hiermee dus teniet gedaan.