• Home
  • Actueel
  • De Omgevingsregeling: Hoe zit het met participatie?

De Omgevingsregeling: Hoe zit het met participatie?

cursussenMag de gemeente besluiten om participatie bij de voorbereiding van een omgevingsvergunning verplicht te stellen? Die vraag kwam aan de orde tijdens onze cursus ‘omgevingsplan voor omgevingsdiensten' voor medewerkers van de Omgevingsdienst en de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid.

De algemene consensus was dat dat mag. Participatie is immers een heel belangrijk onderwerp binnen de Omgevingswet. Bovendien geeft de Omgevingswet gemeenten heel veel vrijheid om eigen beleid en regelgeving op te stellen als het gaat om de fysieke leefomgeving.

Eenmaal thuis wilde ik natuurlijk wel het naadje van de kous weten. Geheel toevallig werd juist de volgende dag de Omgevingsregeling gepubliceerd in de Staatscourant. Hierin zijn regels over participatie bij omgevingsvergunningen opgenomen. En daar valt te lezen (in artikel 7.4): bij een aanvraag wordt aangegeven of burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de aanvraag zijn betrokken. Met andere woorden: een initiatiefnemer is vrij of hij bij zijn aanvraag iets aan participatie wil doen. Hij is alleen verplicht om bij de aanvraag aan te geven óf hij dat heeft gedaan. En hij moet ook (dat staat in lid 2) de resultaten daarvan beschrijven.

Maar: mag je als gemeente nog een stap verder gaan, en zeggen dat belanghebbenden bij de voorbereiding van de aanvraag móeten worden betrokken?

De toelichting bij de Omgevingsregeling lijkt hier duidelijk over: nee, dat mag niet. De toelichting (p.335) benadrukt dat participatie maatwerk is en dat het primair aan de initiatiefnemer is om een “adequate vorm van participatie” te kiezen. Participatie moet dus vormvrij zijn. En de regeling is, zo wordt uitdrukkelijk gesteld, uitputtend. Ook voor omgevingsvergunningen die geregeld zijn in het omgevingsplan geldt: decentrale overheden mogen geen aanvullende regels stellen over participatie voor vergunningplichtige activiteiten.

Dat lijkt een helder verhaal. Maar dat is het niet. Want de Omgevingsregeling is ontworpen terwijl er in de Tweede Kamer nog discussie was over de Omgevingswet. En in maart van dit jaar werd het wetsvoorstel voor de Invoeringswet behandeld in de Tweede Kamer. En de Tweede Kamer vindt, anders dan de regering, dat participatie in sommige gevallen wél verplicht moet zijn. Anders kan de balans tussen versnelling van besluitvorming en de bescherming van de leefomgeving in het gedrang komen. En dat heeft er toe geleid dat er bij het amendement op de Invoeringswet een regel (artikel 16.55 lid 7) aan de Omgevingswet is toegevoegd. In die regel staat dat de gemeenteraad gevallen kan aanwijzen waarin participatie verplicht is. Pas daarna mag een aanvraag worden ingediend voor een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Dat betekent dat de gemeenteraad participatie verplicht kan stellen voor bepaalde situaties. Het is dan dus de initiatiefnemer die, voordat een aanvraag om van het omgevingsplan af te wijken kan worden ingediend, de participatie en het overleg moet organiseren.

De toelichting bij de net vastgestelde Omgevingsregeling gaat iets verderop ook in op het hiervoor genoemde amendement. Uit die toelichting blijkt dat de terughoudendheid van de minister over verplichte participatie niet is veranderd. Er wordt waarschuwend gesproken over “het beperken van regeldruk en het voorkomen van onwerkbare situaties”.

Concluderend: het antwoord op de gestelde vraag is dus: nee, in beginsel mag de gemeente participatie bij een omgevingsvergunning niet verplicht stellen. Maar er is een uitzondering: de gemeenteraad kan bepalen dat participatie wél verplicht is. De raad kan dat doen, voor gevallen dat iemand een vergunning van B&W nodig heeft om van het omgevingsplan af te wijken.

Dit antwoord roept, zoals vaak bij de Omgevingswet, een heleboel nieuwe interessante vragen op. Artikel 16.55 lid 7 Omgevingswet spreekt van overleg met ‘derden’, niet ‘belanghebbenden’; hoe breed moet het verplichte overleg zijn? En waar participatie niet verplicht is: is hier dan misschien een relatie met artikel 16.65 lid 4, op grond waarvan het bevoegd gezag (kort gezegd) kan kiezen voor een uitgebreide besluitvormingsprocedure als er weerstand van belanghebbenden te verwachten is? Is dat een stok achter de deur voor initiatiefnemers om die weerstand op voorhand te proberen weg te nemen met een participatietraject? Genoeg stof tot nadenken. In elk geval is voor dit moment duidelijk wanneer participatie over een omgevingsvergunning wel of niet verplicht kan worden. Met dank aan de Tweede Kamer.

De cursus ‘Omgevingsplan voor omgevingsdiensten’ wordt gegeven door Eva Brascamp, Tanja Casimir en Albert-Jan Meeuwissen.

Eva Brascamp

Eva Brascamp

 Jurist omgevingsrecht

Contact