geluidszone

  • Home
  • Beheer geluidszone

Beheer geluidsruimte

Een groot probleem in Nederland is dat de uitbreiding van bedrijventerreinen wordt beperkt door het akoestisch ‘op slot' zitten van deze bedrijventerreinen. Momenteel is de situatie zo dat als een bedrijf zich wil vestigen op een gezoneerd industrieterrein, of een bestaand bedrijf wil uitbreiden, bij de vergunningverlening krachtens de Wet milieubeheer onder andere wordt gekeken naar de geluidsruimte die binnen de geluidszone nog beschikbaar is. De verdeling van geluidsruimte kent echter een aantal beperkingen. Een bedrijf dat veel geluidsruimte nodig heeft, kan slechts worden geweigerd als het bedrijf tezamen met de reeds aanwezige bedrijven op het industrieterrein een overschrijding veroorzaakt van de grenswaarde van 50 dB(A) op de buitengrens van de zone. Is er geen sprake van een overschrijding, dan kan een bedrijf alle geluidsruimte opeisen en daarmee de ontwikkeling van (de rest van) het industrieterrein belemmeren doordat het industrieterrein akoestisch ‘op slot' wordt gezet. Bestaande bedrijven kunnen zich niet verder ontwikkelen, ondanks het feit dat zij daar qua grondpositie wel de mogelijkheid toe hebben. De ruimtelijke mogelijkheden van het ene bedrijf beperken derhalve de ruimtelijke mogelijkheden van het andere bedrijf. Dit is een onwenselijke situatie. De planwetgever wil, om een dergelijke situatie te voorkomen, de geluidsruimte binnen een geluidszone kunnen beheren.

De oplossing van het probleem
BügelHajema Adviseurs ziet mogelijkheden om door middel van het bestemmingsplan de geluidszone te beheren. Hiertoe dient het zonebeheer in een bestemmingsplan te worden verankerd, te weten in de regels en in de verbeelding. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van het zonebeheerplan ex artikel 163 en 164 Wet geluidhinder (Wgh). In het bestemmingsplan kan een regeling worden opgenomen voor de toedeling van geluidsruimte in eenheden dB(A) per vierkante meter bedrijfskavel. Er kan een generieke norm worden opgenomen voor gronden waarop bedrijven zijn gevestigd die een minimale bijdrage op de geluidszone hebben. Voor de overige bedrijven kan een specifieke norm gelden. In het plan kan de beschikbare geluidsruimte fictief worden toegekend aan de nog uit te geven kavels op basis van de gewenste ontwikkeling ervan. Kortom, de geluidstoedeling binnen een geluidszone kan per vierkante meter worden vastgelegd.

Juridisch kader
Het zonebeheerplan ex artikel 163 en 164 Wet geluidhinder dient in het bestemmingsplan te worden verankerd, omdat het zonebeheerplan uit de Wet geluidhinder geen oplossing biedt voor het geschetste probleem. De artikelen 163 en 164 Wet geluidhinder verplichten burgemeester en wethouders slechts om er voor te zorgen dat er voldoende informatie beschikbaar is over de geluidsruimte binnen de zone. Ter vervulling van die taak kan een zonebeheerplan worden opgesteld. Een ruimere juridische strekking is uit de wettekst niet op te maken. Uit de wet en de bijbehorende toelichting blijkt niet dat de wetgever heeft beoogd dit zonebeheerplan de status te geven van een zelfstandig toetsingskader voor de milieuvergunningverlening.

Verhouding ruimtelijke ordening en milieurecht
In de geschetste aanpak is niet gekozen voor een oplossing via het milieurecht, maar voor een oplossing via het spoor van de ruimtelijke ordening. Hiervoor is gekozen, omdat een geluidsverkavelingsplan ter verdeling van de geluidsruimte binnen een geluidszone niet is te beschouwen als een milieukwaliteitseis. De toedeling van geluidsruimte dient in dergelijke gevallen immers geen milieukwalitatief doel. Het milieurecht strekt zich uit over de bewaking van de zonegrens, de milieukwaliteit wordt gegarandeerd door de zonegrens. Via de ruimtelijke ordening kan slechts het gebruik van de geluidsruimte binnen de zone worden geregeld. Het bestemmingsplan bevat dan ook geen milieukwaliteitseisen, maar gebruiksregels. Omdat de geluidsverkaveling uitsluitend vanwege het bereiken van een optimale verkaveling van een gezoneerd industrieterrein in het bestemmingsplan wordt vastgelegd, bestaan er bezien vanuit de systematiek van de Wro geen belemmeringen om een dergelijke geluidsverkaveling in een bestemmingsplan vast te leggen.

Resultaat
De sleutel om bedrijventerreinen te openen, is gevonden. Door het verankeren van het zonebeheerplan in het bestemmingsplan kan de planwetgever het bestemmingsplan gebruiken om de geluidszone te beheren. De planwetgever kan voorkomen dat grote lawaaimakers de gehele geluidsruimte gebruiken en dat nieuwe bedrijven zich niet meer kunnen vestigen op het bedrijventerrein. Door het opnemen van het zonebeheerplan in het bestemmingsplan kan de gemeente een geluidsbelasting per vierkante meter opnemen waardoor de geluidsruimte kan worden afgestemd op de feitelijke ruimte.

Tanja Casimir

Tanja Casimir

Senior adviseur voor de leefomgeving

Contact